Woestijn & wet#

Vrijheid leren dragen


Vrij, maar ongevormd#

Na de Exodus is het volk vrij. Maar vrijheid betekent nog niet dat je weet hoe je moet leven.

Egypte ligt achter hen, maar Egypte leeft nog in hen.

Bevrijding verandert omstandigheden. Vorming verandert mensen.

Daarom volgt op de uittocht geen rust,
maar een woestijn.


De woestijn als tussenruimte#

De woestijn is geen straf. Het is ook geen omweg.

Het is een tussenruimte.

Geen vaste structuren.
Geen vanzelfsprekendheden.
Geen voorraad.

Elke dag opnieuw moet er worden vertrouwd op dat vandaag genoeg is.

Dat maakt afhankelijk.
En dat schuurt.


Verlangen naar wat bekend is#

Als snel klinkt het gemor:

“Waren we maar in Egypte gebleven.”

Niet omdat het daar goed was, maar omdat het bekend was.

Wat mij hier raakt: mensen verlangen niet altijd naar vrijheid, maar naar voorspelbaarheid.

Zelfs als voorspelbaarheid hen gevangen hield.

De woestijn legt dat bloot.


God die voorziet, niet opslaat#

God voorziet in brood. Elke dag opnieuw.

Niet vooruit.
Niet op voorraad.

Dit is geen logistiek probleem, maar een geestelijke les.

Vertrouwen wordt hier niet in grote momenten geleerd, maar in herhaling.

Dag na dag.


De wet als geschenk#

Dan komt de wet.

Vaak wordt gelezen alsof God nu pas regels invoert.

Maar de volgorde is belangrijk:
eerst bevrijding,
dán instructie.

De wet is geen voorwaarde om vrij te worden.
Ze is een richting voor wie al vrij is.

Geen juk,
maar een kader.

Geen beperking van leven,
maar bescherming ervan.


Leven in relatie#

De wet gaat niet eerst over religie, maar over samenleven.

Over rust.
Over zorg.
Over grenzen.

Ze leert het volk hoe vrijheid eruitziet in het dagelijks leven.

Niet alles mag.
Maar alles is ook niet willekeurig.

Relatie vraagt om vorm.


Een God die dichtbij komt#

In de woestijn komt God dichtbij.

Niet alleen als redder, maar als aanwezige.

Hij woont te midden van het volk. Niet op afstand.

Dat maakt Hem ook kwetsbaar.

Want nabijheid roept vragen, kritiek en teleurstelling op.

God kiest toch voor nabijheid.


Wat dit mij leerde#

De woestijn heeft mij geleerd dat geloof niet alleen groeit in hoogtepunten, maar juist in het gewone.

Dat mopperen soms hoort bij leren vertrouwen.

En dat richting nodig is om vrijheid niet te laten ontsporen.

Wet werd voor mij geen tegenhanger van genade, maar haar vorm.


Spanning die blijft#

De woestijn lost niet alles op.

Het volk blijft aarzelen. Verlangen naar vroeger. Twijfelen aan de weg vooruit.

En God blijft trouw, maar niet zonder confrontatie.

Deze spanning blijft doorwerken in de rest van het verhaal.

De lijn vooruit#

Wat in de woestijn begint, loopt door tot ver daarna:

vrijheid vraagt om ritme.
Vertrouwen vraagt om oefening.
En nabijheid vraagt om verantwoordelijkheid.

Dat maakt dit deel geen tussenstuk, maar een fundament.